Echtgenote neergeslagen agent richt zich tot dader en getuigen

01-09-2019 112 Redactie

REGIO - Een indringende impressie van de partner van de agent die vrijdag op de Westzeedijk werd neergeslagen toen hij deelnemers van een trouwstoet aansprak op de overlast die zij veroorzaakten. Op de website van RTV Rijnmond richt zij zich tot de dader die de politieman een gebroken arm bezorgde - en vooral een heel vervelende ervaring - en ook tot de andere deelnemers aan de trouwstoet..

"Mijn papa is kok-out geslagen." Glunderend kijkt mijn 6-jarige dochter naar het voor haar onbekende echtpaar. Haar oogjes stralen. Zij heeft een ‘grote mensen-verhaal’ gehoord. "Ja, ja", knikt haar 8-jarige broer enthousiast instemmend, "echt helemaal knock-out. Met de N!"

Daar sta ik dan, bij een keurig echtpaar waar ik via Marktplaats een tweedehands piano op de kop hoop te tikken. Ik zie ze denken: "Ja hoor, hebben wij weer. Verkopen we iets via Marktplaats halen we de familie Tokkie in huis."

Om te voorkomen dat ik vriendelijk doch dringend de deur uit gewerkt wordt, vat ik snel een eerder telefoongesprek samen. "Mijn man is agent. Hij hield in Rotterdam iemand aan. Vervolgens besloot een ander om hem van achteren neer te slaan." We mogen de piano overnemen.

In de auto kijk ik naar onze drie kindjes. Vanavond hadden ze het zwemfeest. De afsluiting van de vakantie. Een gezellig spetterfestijn. Toch voelt het van binnen niet zo gezellig. Niet bij mij, maar ook niet bij hen. We willen bij papa zijn. Dus na het zwemmen duiken we met zwembroeken en natte haren in de auto. Via het piano-echtpaar naar papa.

Op RTV Rijnmond en Dumpert zag ik de eerste beelden. Een toeterende trouwstoet. Een duidelijk overlastgevende trouwstoet. Een agent die bijna van zijn sokken wordt gereden. Mijn agent.

De volgende beelden laten een zwarte vlek op een groene strook zien. Een agent die daar alleen ligt. Hulpeloos. Mijn agent. Dan staat hij op. Hij handelt. Vraagt er collega’s bij, noteert kentekens van wegscheurende auto’s. Jemig, wat ben ik trots op mijn man.

Die wegscheurende auto’s, waarvan de inzittenden niet de moeite nemen om te kijken of het goed gaat met de agent die neergeslagen is door iemand in hun gezelschap. In die wegscheurende auto’s zitten mensen die weten wie er heeft geslagen. Toch trekken ze de dader niet aan zijn haren naar een politiebureau om hem verantwoording af te laten leggen. Ik snap dat wel, ze hadden een feestje.

Op het politiebureau in Capelle aan de IJssel willen de kinderen in de veilige armen van papa springen. Het gaat niet. Hij kan niet bukken, niet draaien. Zijn hoofd zit vast. Ik geef hem een kus. "Gaat het lief?" "Prima." Een scheve glimlach die snel vertrekt in een grimas als onze kleuter op zijn rug probeert te klimmen.

Pas dan word ik boos. Samen hebben we al zoveel gezien, dat het erbij lijkt te horen. Tijdens de rellen in Hoek van Holland kreeg hij bloembakken, fietsen en flessen gevuld met zand om zijn oren. Van een overvaller die met een mes op hem af komt lopen tot een 15-jarig meisje dat hem tussen de benen schopt. Maar ook het reanimeren van een pasgeboren baby of ingrijpen bij een steekpartij met meerdere doden. Ontelbaar veel momenten van optreden in de heftige politierealiteit.

Maar dit. Een aanval van achteren. Laaiend word ik. Ze waren al met 40 tegen 1. Had op het minst het lef gehad om van de voorkant te komen. Ze hadden het echt wel gewonnen, hoor, met zo’n meerderheid. En was er dan echt niemand in die stoet die zich verantwoordelijk voelde voor die hulpeloze zwarte vlek op het groene gras? Was dat feestje dan echt zoveel belangrijker?

Want weet je, die zwarte vlek is een man, een papa van drie kinderen. Iemand die de afgelopen jaren zo enorm hard gewerkt heeft. Twee studies heeft hij afgerond. Hij was leider van het voetbalteam, is scheidsrechter als de club hem nodig heeft. Vrijwilliger bij een hulplijn voor kinderen die het moeilijk hebben. Een vader die zijn oudste zoon helpt naar de puberteit. Die spelletjes doet met zijn kids.

Geen heilige of zo... Denk maar niet dat hij zijn sokken in de goede wasmand gooit. Zwarte in de zwarte wasmand, witte in de witte. Dat is toch logisch? Of dat hij op eigen initiatief de badkamer eens lekker gaat schrobben. Hij is gewoon, zomaar een mens.

Misschien net zoals de mensen in die stoet. Gewoon maar mensen. Maar met één wezenlijk verschil: er bestaat geen wereld waar deze man, mijn agent, langs iemand zou lopen die hulp nodig heeft. In de vijftien jaar dat wij zijn getrouwd, heeft hij nooit zijn belang gesteld, boven dat van een ander die zijn steun kon gebruiken. Waarschijnlijk daarvoor ook niet, maar ja, daar was ik niet bij.

Mijn kinderen worden op het politiebureau opgevangen door een horde agenten. Vandaag zie ik maar door de vingers dat ze volgestopt worden met paprikachips, roze lollies en liters chocolademelk. De agenten staan op scherp. Ik weet honderd procent zeker dat zij er alles aan zullen doen om de verantwoordelijken aan te houden.

Nu, drie dagen later snapt mijn hart het nog niet. Hoe kan je in vredesnaam een feestje vieren als je weet waar jouw feestje toe geleid heeft? Iedereen op jouw trouwfeest weet wie er verantwoordelijk was. Misschien was het een opwelling, was je de controle even kwijt. Misschien wilde je heel graag naar dat feestje.

We zijn nu drie dagen verder. Het feestje is voorbij. Maar niet in ons huis. In ons huis moeten de kinderen stil zijn. Papa ligt op bed. Slapen gaat nog niet door de pijn. Licht en geluid worden zoveel mogelijk vermeden.

Staan kan maar even en de kinderen tillen is een uitdaging. Beelden van mijn sterke man die daar hulpeloos op het gras ligt zijn op mijn netvlies gebrand. Toch ben ik ook dankbaar. Wat zou er gebeurd zijn wanneer hij op het asfalt gevallen was? Was die zwarte vlek op zwart asfalt dan overeind gekomen? Snel duw ik de beelden weg.

We praten luchthartig met de kindjes. Lachen naar ze en zeggen dat we in een veilig land wonen waar ze mogen spetteren in zwembad. Want dat is zo. Voor ons voelt het anders, maar de waarheid is: de meeste mensen helpen als je hulp nodig hebt. Lang leve de buurman!

Ik heb twee redenen om dit verhaal te delen met de wereld. Allereerst om te zeggen dat een politieagent gewoon de buurman is waar jij je ladder van leent. De voetbalsupporter die jouw club aanmoedigt. Een agent is de vrijwilliger in het bejaardentehuis waar jouw moeder zit of de vader die hand in hand met zijn kindjes door de straat wandelt.

De tweede reden richt ik aan jou. Jij, die van achteren mijn man neersloeg, wees alsjeblieft een echte man. Je hebt je feestje gehad. Je hebt getoeterd. Je bent blij geweest. Meld je. Neem je verantwoordelijkheid. Jij, de feestganger die weet wie dit deed.

Of aan jou, de getuige. Iemand die zag wie er sloeg of er misschien zelfs beelden van heeft. Kom alsjeblieft naar de politie. Zodat de verdachte aangehouden kan worden en wij dit een plaats kunnen geven.

Dankjewel!

Gerelateerd