Jeugdhulp te ingewikkeld voor goed samenspel met onderwijs

24-02-2021 Gezond Kor Kegel

VLAARDINGEN - Het is bijna overrompelend, de conclusies die de Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen trekt over de samenwerking tussen het onderwijsveld en de jeugdhulpverlening. De meest onthutsende conclusie is dat er zo veel jeugdhulporganisaties zijn dat het ‘onmogelijk’ is om goede afspraken te maken over samenwerking met de scholen.

Je zou geneigd zijn om dan een aantal organisaties op te heffen, maar zo simpel is het niet. De Rekenkamercommissie (RKC) zegt namelijk ook dat het grote aantal hulporganisaties in Vlaardingen en Schiedam ‘nodig’ is omdat de hulpvragen heel divers zijn en er bij elke hulpvraag de best passende hulp geboden moet kunnen worden.

Feit is echter dat onderwijsprofessionals in het grote aantal hulporganisaties een belemmering zien om met de juiste organisatie in contact te komen. En als je al niet weet bij welke hulporganisatie je moet zijn, is het al helemaal ondoenlijk om met de juiste jeugdhulpverlener in contact te komen.

De RKC pleit voor drastische terugdringing van het aantal jeugdhulpaanbieders. De RKC neemt niet het woord fusie in de mond, maar houdt het bij de aanbeveling om tot een overzichtelijk speelveld te komen.

Er zijn nog twee opvallende conclusies die de RKC na onderzoek trekt. Veel onderwijsorganisaties zijn regionaal georiënteerd en vallen bovendien niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dat maakt het zowel voor de gemeente Schiedam als voor de gemeente Vlaardingen moeilijk om het voortgezet onderwijs en zeker het middelbaar beroepsonderwijs aan te sturen en te stimuleren om samen te werken met de jeugdhulp.

En: de financiering van jeugdhulp is verbonden aan postcodes. Stel dat een jongere in Vlaardingen woont en in Rotterdam naar school gaat, dan kan – als de hulpvraag via school bij de jeugdhulp terecht is gekomen – er eerst discussie ontstaan welke gemeente de jeugdhulp moet financieren. Dat vertraagt de hulpverlening. Dat kan zelfs binnen de samenwerkende gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis het geval zijn.

De RKC ziet wel pluspunten. De gezinsspecialisten van Minters zijn een verbindende schakel tussen het onderwijs en de jeugdhulp als het gaat om eenvoudige hulpvragen die binnen de school of door een jeugdhulpverlener vanuit het wijkteam kunnen worden opgepakt. Over hun werk bestaat doorgaans tevredenheid.

Een tweede bevorderende factor is dat alle betrokkenen – wethouders, beleidsambtenaren en managers en professionals van de jeugdhulp- en onderwijsorganisaties – hetzelfde beeld hebben van wat passende en integrale hulp moet zijn. Ze zijn eensgezind dat samenwerking nodig is om dat te bereiken. Ze willen alle hetzelfde: een positieve ontwikkeling van de jongeren in Schiedam en Vlaardingen.

RKC-voorzitter William van Deursen schetst bij de aanbieding van het onderzoeksrapport nog even de aanleiding. Dat was de vraag hoe de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp zo wordt georganiseerd dat leerlingen van het vo, vso en mbo die problemen hebben of ondersteuning nodig hebben, dat ook doeltreffend krijgen en hoe de gemeenten dat aansturen. Bij lichte problematiek blijkt het redelijk te lukken. Gezinsspecialisten spelen in op hulpverzoeken van ouders en verzorgers en zoeken afstemming met een leerkracht. Dat loopt wel. Veel lastiger wordt het bij complexe hulpvragen. Dan kan er specialistische hulp nodig zijn en schort het aan samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Het ontbreekt aan duidelijke kaders wie welke hulp verleent, wie de regie voert en vanuit welk budget (onderwijs of jeugdhulp) de hulp wordt betaald. Soms duurt het maanden dat een jongere de hulp krijgt die nodig is. Het is daarbij geheel afhankelijk van de betrokken professionals hoe de samenwerking verloopt.

De RKC constateert dat er binnen de gemeenten Schiedam en Vlaardingen in zeer beperkte mate afspraken bestaan over de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. De gemeenten hebben met welzijnsorganisatie Minters en jeugdhulporganisatie Enver afspraken gemaakt over de inzet van hun gezinsspecialisten op middelbare scholen. Er kunnen echter moeilijkheden ontstaan bij het uitwisselen van privacygevoelige informatie over jongeren. Onderwijzer en jeugdhulpverlener kunnen hier tamelijk mee tobben. Ze weten niet welke informatie gedeeld mag worden en dat kan tot flinke frustraties leiden.

Binnen de gemeenten zijn geen concrete afspraken gemaakt over de samenwerking. Daardoor kunnen ze ook niet doeltreffend sturen op de samenwerking. Bestuurders en managers van zowel onderwijs- als jeugdhulporganisaties ervaren ook bijna geen sturing van de gemeenten op de samenwerking. De mbo’s kopen zelf hun ondersteuning in, waardoor de gemeenten hier ook geen rol spelen bij de lichte ondersteuningsvragen.

De gemeenten Vlaardingen en Schiedam zijn van mening dat ze een faciliterende en ondersteunende rol hebben in de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Ze nemen het initiatief tot overleg, maar vaak alleen bedoeld voor het onderwijsveld. Beide gemeenten hebben wel ambities om de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp vorm te geven, maar dat moet nog vertaald worden naar concrete en meetbare afspraken. Recent zijn wel stappen gezet om de situatie te verbeteren.

De RKC ziet de belemmeringen hierbij. Dat kan te maken hebben met wetgeving. Het gaat dan om de wijze van organisatie en financiering. Een institutioneel probleem. Voorbeeld: specialistische jeugdhulp kan alleen plaatsvinden als de jongere of de ouders zichzelf hebben gemeld bij de jeugdhulp en toestemming geven voor ondersteuning, maar als er vanuit de school ook is gesignaleerd dat er hulp nodig is, zal dat pas op gang komen als de onderwijsprofessional en de jeugdhulpverlener elkaar kennen en het eens zijn over de aanpak. Het is echter niet vanzelfsprekend dat er goede terugkoppeling is.

Er heerst onduidelijkheid wie de regie heeft, vooral bij complexe problemen. Zo kan het voorkomen dat niemand de regie pakt. Dan komt de hulpverlening traag op gang omdat beroepskrachten naar elkaar wijzen. De verantwoordelijkheden zijn op papier duidelijk gescheiden, maar de praktijk is diffuus. Als een leerkracht met een kind in gesprek raakt over de thuissituatie, zou dat juist de competentie van een jeugdhulpverlener kunnen zijn.

De lange wachtlijsten voor specialistische jeugdhulp in Schiedam en Vlaardingen vormen een obstakel voor samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.

De RKC adviseert de gemeenteraden van de twee steden om de colleges van burgemeester en wethouders ertoe te bewegen dat ze kennismaking tussen de professionals in het onderwijs en de jeugdhulp faciliteren. Het is noodzakelijk dat ze elkaar beter leren kennen en elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden zien. De professionals geven zelf aan dat ze behoefte hebben aan meer overleg, maar dat kost tijd en tijd is geld.

De gemeenteraden krijgen ook het advies om de colleges richtlijnen te laten opstellen over het delen van privacygevoelige informatie. Er zijn in Nederland gemeenten waar Vlaardingen en Schiedam kunnen spieken hoe het beter kan. En uiteraard moet er een arrangement komen van de financiering als er inzet van onderwijs én jeugdhulp nodig is.

Een laatste aanbeveling van de RKC is dat het voortgezet onderwijs beter gebruikmaakt van de door de gemeenten aangeboden preventieve ondersteuning zoals sociale vaardigheidstrainingen voor ouders en leerlingen. Als dat dichtbij georganiseerd wordt, dus op school, is de stap voor ouders en hun kinderen kleiner om daar gebruik van te maken.


Gerelateerd
Bedrijven Alle bedrijven »








Altijd Up-to-date