Het meisje van de leeszaal

01-09-2019 Nieuws Marijke Persijn

VLAARDINGEN - Iedere zondag op Vlaardingen24: Vlaardingers in den Vreemde! Vlaardingers die de Haringstad achter zich hebben gelaten om elders in de wereld hun geluk te zoeken, geven bij toerbeurt een kijkje in de keuken van hun leven 'in den vreemde'. Lees de belevenissen van Wilma Hollander (Griekenland), Dick van der Pijl (Frankrijk), Cora Vlug (Verenigde Staten) en vandaag Marijke Persijn (België).

“Het meisje van de leeszaal”, riep mijn vader op een avond uit op de drempel van het huis, waar hij met zijn moeder woonde. De kostganger in Sneek had een feestje georganiseerd en Franske Jorritsma was daarvoor uitgenodigd. En zo is het gekomen … Dit is één van de herinneringen die ze met ons deelde, toen we aan haar bed zaten in de week voor haar overlijden.

Mijn moeder hield van muziek. Ze speelde goed piano toen ik een jong meisje was. Ze zong in de Remonstrantse kerk en op een koor samen met mijn vader. Ze speelde in onze Vlaardingse periode toneel bij de Fryske Krite. Ze was voor mij echter vooral degene die een passie had voor boeken en dichtbundels. Tot op het laatste moment was ze lid van een “Dichtclub”. Op de lagere en de middelbare school vond ik in haar mijn persoonlijke coach bij de voorbereiding van de declamatie wedstrijden. Zelfs bij die van de Alliance Française.

Dit is een deel van mijn afscheidswoorden in de dienst voor mijn moeder die op 22 augustus overleed, twee  dagen voor haar 92ste verjaardag. Ze had een hoge leeftijd bereikt en was fysiek niet meer tot veel in staat. Het was heel fijn om te zien dat zovelen waren gekomen om afscheid van haar te nemen.

Misschien zijn er nog mensen in Vlaardingen die zich haar herinneren. In ieder geval mijn vriendin Iñez Schut en mijn vriend Dick van der Pijl die hier aanstaand weekend komen logeren. En ook Cora Vlug-Bot die nog steeds praat over haar heerlijke kopjes thee met melk er in en een “koekje erbij”. Alle vriendjes en vriendinnetjes waren altijd welkom. Waarschijnlijk leeft ze ook nog in de harten van degenen aan wie ze op de zondagschool mooie verhalen vertelde of bij de Friese Toneelvereniging, bij de Declamatieclub of de Remonstrantse Kerk.

De Vlaardingse periode begon voor mij aan de Spoorsingel, later verhuisden we naar de Prins Hendriklaan. Ik ben de oudste. Aan de foto’s te zien was ik een blij meisje. Helaas sloeg toen het noodlot toe en verloor mijn moeder op 11 januari 1955 (op de verjaardag van mijn vader) haar 2e dochtertje en ook zij zelf liet daarbij bijna het leven. In die tijd mocht je daar nog niet openlijk over rouwen. Jaren later zong ik de cyclus “Kindertotenlieder” van Mahler. Eigenlijk speciaal voor haar, maar mijn ouders konden er niet bij zijn omdat ze een generale repetitie van hun Toonkunst-koor hadden. Na afloop kwamen veel vrouwen naar me toe om met me te praten over het verlies van hun eigen kindje. Ze schetsten me een wereld, waarin geen plaats was voor hun verdriet. “Ze moesten blij zijn dat ze nog andere kinderen hadden”.

Gelukkig kwamen er in ons gezin later nog 2 dochters en een zoon, ook al had de arts haar verteld dat ze nooit meer zwanger zou worden. Op de foto bij deze column ziet U mijn moeder met poes Kwatta, mijn vader Jan Persijn en mijzelf als klein meisje.

Zoals ik al in de aanhef vertelde, was ze mijn persoonlijke coach … In oude krantenartikelen lees je nog over de tweede prijs die ik tijdens een declamatiewedstrijd won met het gedicht “De Uilenschool” van Annie M.G. Schmidt, mede dankzij de voorbereiding met mijn moeder. Een nog groter deel van de tekst werd gewijd aan Manfred Wijker, die geen prijs van de jury kreeg, maar veel indruk had gemaakt op de journalist. Terecht overigens. Manfred is ook de muziek in gegaan. Manfred’s moeder en de mijne hielpen ons, we waren een jaar of elf, bij de voorbereiding en de uitvoering van het sprookje “Assepoester”, waarin mijn vriendje Dickie Oppenheim en ik de hoofdrollen speelden. Ontroering in de zaal, toen de prins zijn Assepoester kuste.

A la prochaine,

Marijke Persijn

Gerelateerd