Kamperen op een bakplaat(s)

07-07-2019 Nieuws Marijke Persijn

VLAARDINGEN - Iedere zondag op Vlaardingen24: Vlaardingers in den Vreemde! Vlaardingers die de Haringstad achter zich hebben gelaten om elders in de wereld hun geluk te zoeken, geven bij toerbeurt een kijkje in de keuken van hun leven 'in den vreemde'. Lees de belevenissen van Wilma Hollander (Griekenland), Dick van der Pijl (Frankrijk), Cora Vlug (Verenigde Staten) en vandaag Marijke Persijn (België).

22 juni vertrokken Eric en ik met onze camper naar het Zwarte Woud in Duitsland. We vonden er een prachtige natuurcamping met grote plekken en we konden kiezen voor een plaatsje aan een beekje. Daar was schaduw en die had iedereen nodig, want de hete dagen waren begonnen. Om zeker te zijn van de nodige verkoeling, reisden we met trein en bus met airco – gratis met de Gästekarte, een uitkomst -  en waren verrukt van de aanblik van Schiltach. Gelukkig  was er een pizzeria met tafels in de schaduw. Rondwandelend tussen de schitterende vakwerkgebouwen werden we gekookt en gebraden. De enorme kerk bracht weer uitkomst en ik improviseerde er een “Gloria in excelsis Deo”.

Een paar dagen later begon ons avontuur met Belgische mede-camperaars in den vreemde: we verzamelden op een camperplaats in Bas Schussenried. Dat was een schok: eigenlijk was het een enorme parkeerplaats. Er was stroom. Je kon water kopen. Maar dat was het dan ook. Schaduw was er niet. Inmiddels was de temperatuur wel opgelopen tot 40 graden Celsius. Ik kan erg slecht tegen de hitte en Eric en ik gingen dan ook op zoek naar het meertje. Er was een deel afgezet, waar de mensen uit het stadje gingen zwemmen. Er waren badhokjes en wc’s, een heerlijke koude douche aan de waterkant en lauwwarm zwemwater. Het was een gezellige drukte.

’s Avonds was de kennismaking met een drankje onder de bomen bij de brouwerij. De volgende ochtend kregen we er een rondleiding. Interessant, maar gewelddadig voor onze oren vanwege de herrie. En daarna weer gauw op het terras onder de bomen met een glas koude drank en een bord vol lekker eten van het buffet.

Ik houd van kerken, bibliotheken en kloosters. Voor mij was de middag met een bezoek aan deze drie gebouwen dan ook heel erg de moeite waard. Niet iedereen zat er zo in en de gids beklaagde zich tegenover Eric en mij over haar publiek. Het plafond van de kloosterbibliotheek was prachtig beschilderd en ik vond de veelgebruikte kleur lichtblauw schitterend en heel bijzonder. Daarna fietsten Eric en ik naar een ander meertje, waar je echt kon zwemmen. Ook hier stonden de grasvelden vol geparkeerde auto’s en was het ‘zwembad’ vol families.

De volgende dag trok de hele horde naar Bad Waldsee. Water lozen en vers water innemen op de camperplaats. Vandaar reed men door naar een gratis camperplaats. Weer zo’n bakplaat. Gelukkig was er een echtpaar (Nederlanders die ook in België wonen) die een camping bij de boer wisten. Met hen sliepen we daar een nacht. Heerlijk om gras onder je voeten te voelen en groen om je heen te zien. Om lekker te kunnen douchen en in de schaduw te kunnen zitten. We hebben samen heerlijk gegeten in het restaurant er naast.

De bezichtiging van het Hymer Museum was echt héél leuk. Ik heb niet zo veel met auto’s, scooters, caravans en campers. Althans … dat dacht ik altijd. Die oude modellen zijn echter geweldig! Wat heerlijk om die hele ontwikkeling te kunnen zien. Een echte aanrader. Ik kon het niet nalaten om met “peace” beschilderde busjes te kopen voor mijn kinderen, kleinkinderen en onszelf en hen kaarten er van te sturen. Voor Eric kocht ik een mini Hymer camper, want hij had nooit zo veel met die “love en peace” volkswagenbusjes. Nu blijkt dat mijn kinderen mijn passie wel delen. Een leuke verrassing voor mij. De volgende dag hebben we de Hymer fabriek bezocht. Het was interessant om te zien hoe je camper wordt opgebouwd en inzicht te krijgen in wat er allemaal bij het ontwerpen en vervaardigen komt kijken. 

En hupsakee, weer door naar de camperplaats bij het Thermal Bad in Aulendorf. Ook gratis en zonder welke voorziening dan ook. We hebben er het beste van gemaakt: een middagje in de baden en de zoutgrot. Dat was een belevenis. ’s Avonds was het grote afscheid: een riddermaaltijd.  Een echt spektakel met veel brood, bier en vlees en mooie voordrachten. Toen we wakker werden, bleken de meesten al vertrokken te zijn.

Wat ons opviel is, dat Belgen altijd zeggen dat Nederlanders gierig zijn. Wij geven echter fooi in een restaurant. De Belgen niet. Het zijn aardige, behulpzame mensen. Je mist de gedeelde achtergrond. De humor is anders. Eric en ik hebben ontdekt dat we geen mensen zijn voor de gratis camperplaatsen, maar ook dat onze douche wel lekker is. Een mooie eerste en enige ervaring.

A la prochaine,

Marijke Persijn.

 

Gerelateerd